Eiland van schoonheid, Corsica

zicht Ile Rousse

Corsica, dat is het eiland van schoonheid, l’Île de Beauté, en daar mocht ik op deze rondreis zelf toeschouwer van zijn. We reisden in het departement Haute Corse, het noordelijk gedeelte van Corsica, en proefden er in de maand oktober nog volop van zon en aangename temperaturen.

Bastia, een mix van frans en italiaans

Onze reis begon met de trein, we reden van Brussel-Zuid naar Marseille. Met de TGV is het aangenaam reizen, zeker als je wat gezelschap hebt. Doordat we nog even tijd hadden in Marseille, konden we daar ook even de sfeer opsnuiven aan de haven. Vervolgens gingen we aan boord van de Pascal Paoli, de ferry van Corsica Linea. Nu is zo’n ferry geen luxueus cruiseschip, het is toch een fijn transportmiddel. ’s Avonds geniet je nog van een maaltijd in het restaurant en vervolgens slaap je de nacht door in een eenvoudige kajuit, na uiteraard nog even alleen naar de sterren te kijken op het dek met de donkere oceaan overal om je heen.

De volgende ochtend moesten we vroeg uit de veren voor het ontbijt en als we daarna arriveerden in de haven van Bastia, was het nog donker. Buiten op het dek voelde je meteen dat het hier warmer was dan in Marseille en de lucht had die typische geur van het zuiden. Eenmaal aan land wandelden we naar de mooie Place Saint-Nicolas, waar we in de vroegte op een terras koffie dronken en wachtten op onze gids.  

Bastia, de tweede grootste stad van Corsica heeft twee delen: Terra Vecchia en Terra Nuova. De Place Saint-Nicolas ligt zo ongeveer in het midden. De stad is prima te verkennen te voet en via het plein wandel je zo naar de oude stad met haar prachtige huizen, straatjes, kerken en een pittoreske oude haven die nu een jachthaven is. Daar staat ook de oudste kerk van Bastia, de Saint Jean Baptiste. Vanaf de citadel heb je een prachtig uitzicht en kun je Elba zien liggen.

De geschiedenis verklaart waarom ik me hier in Italië en Frankrijk tegelijk voel. Van de 13de tot de 18de eeuw was Corsica bezit van de republiek Genua. Het eiland kwam in 1768 echter onder Franse controle, later werd de Franse taal ingevoerd en verdween het Corsicaans naar de achtergrond. Dat Corsicaans (u Corsu) is een door het Frans beïnvloed Toscaans en daarmee een variant op het Italiaans. Een andere variant wordt trouwens in het noorden van Sardinië gesproken. Taal, ligging, architectuur… het ene moment waan je je in ‘La Bella Italia’ en het andere in ‘La douce France’. Er zijn ergere dingen in het leven.

Kunst, cactussen en whisky

Onze reis ging verder naar Borgo. We bezochten hier het ‘DIAN’Arte Museum’ gewijd aan de schilder en beeldhouwer Gabriel Diana die ons zelf rondleidde in zijn expositieruimte. Heel onschuldig glipte ik zijn atelier binnen, waar hij me al snel persoonlijk uitleg begon te geven. Zijn schilderijen, bronzen sculpturen en beelden in Carrara-marmer zijn voornamelijk figuratief. Ik was meteen weg van de kleinere bronzen werken, vaak met een erotische uitstraling. Een werk van hem dat je op het eiland af en toe tegenkomt, is het bronzen morenhoofd met Corsicaanse hoofdband dat verwijst naar de vlag van Corsica.

Na een heerlijke maaltijd op een zalig terras in restaurant I Fuletti in het wat zuidelijker gelegen Folelli reden we even terug noordwaarts naar het Galeapark in Mare e Monte. Dit park van enkele hectare groot is interessant om met kinderen het erfgoed van Corsica te ontdekken aan de hand van multimedia, installaties, kleine tentoonstellingen en ludieke maar educatieve opdrachten.  Regelmatig komen hier ook wetenschappers praten over o.a. de klimaatverandering, migratie, enz. De prachtige tuinen vol cactussen zijn op zich al de moeite waard.

De minibus bracht ons verder naar Domein Mavela in Aleria, een distilleerderij van eau-de-vie en whisky. Zoon Stefanu Venturini die nu de zaak leidt, gaf ons een uitgebreide rondleiding. Eau de vie (Frans voor ‘levenswater’) is een verzamelnaam voor allerlei sterk alcoholische dranken die vaak worden gemaakt van vergiste en daarna gedestilleerde vruchten of granen. De vruchten die men hier gebruikt komen allemaal van lokale boomkwekers en worden met de hand geoogst.
Sinds 1999 produceert Domein Mavela P&M whisky, die al in 2013 nummer 5 van de wereld werd in de whiskybijbel van Jim Murrey. Nu ben ik helaas geen kenner van whisky en eerlijk gezegd ook geen liefhebber. Het degustatiemoment was vooral voor enkele anderen in de groep een moment van euforie.

Corte, hart en ziel van corsica

In de donkerte kwamen we aan in hotel Casa di A Restonica (Corte). Na het droppen van onze bagage reden we naar het centrum waar we alweer heerlijk konden eten. Daarna ging ik nog even op stap met een vriend die toevallig ook in Corte verbleef. We bezochten een studentenbar met buitentent, deden ons jonger voor dan we waren en genoten er mee van het studentenleven (het was dan ook donderdagavond). Lichtjes beneveld stapte ik vervolgens naar het hotel, zo’n 10 minuutjes bergafwaarts.

In corte voelden we ons even student op donderdagavond.

In het hotel was het goed slapen én stil. Pas de volgende ochtend zag ik hoe de omgeving eruitzag. Ik was aangenaam verrast en noteerde dit hotelletje voor later. Na een lekker ontbijt vertrokken we om Corte wat grondiger te ontdekken.

Corte is een stadje in de bergen waar je met plezier ronddoolt. Het is de historische en culturele hoofdstad van Corsica en werd in 1750 door Pascal Paoli gekozen als de hoofdstad van onafhankelijk Corsica. Hij richtte er de universiteit op (nog steeds de enige universiteit op het eiland),  leidde het verzet tegen overheerser Genua en zorgde ervoor dat het eiland grotendeels vrij werd, totdat de Fransen er de macht veroverden. Paoli moest in ballingschap en werd later de nationale volksheld van Corsica.

We wandelden door gezellige straatjes met prachtige huizen en klommen dan omhoog naar de citadel, een gebouw met een rijke geschiedenis. Nu vind je er het toeristenbureau, het museum van Corsica en een ruimte met tijdelijke tentoonstellingen. Helemaal bovenaan ligt het kasteel. Je kijkt er uit over de dalen van de Restonica en de Tavignano. Eerlijk waar, het bergachtige binnenland is prachtig.

Op weg naar l’île rousse

Onze volgende stopplaats was wijndomein Clos Venturi in Ponte Leccia. Hier wordt biologisch gewerkt met inheemse druivensoorten. Clos Venturi is een domein van 31 hectare wijngaarden en produceert verfrissende wijnen die al heel wat prijzen wonnen. We mochten ze proeven, samen met heerlijke ‘spuntinu’ (hapjes) en bezochten daarna de wijngaarden.

In het noordwesten van Corsica bezochten we de botanische tuinen van Parc de Saleccia. We kregen hier een rondleiding van de eigenares. Omdat het al oktober was, waren veel bloemen uitgebloeid, maar ik kan me voorstellen dat het hier in de lente prachtig moet zijn. Ook leuk voor kinderen, want er zijn heel wat dieren en ateliers met activiteiten.
We leerden hier wat meer over mirte, een heilige plant en vruchtbaarheidssymbool. Mirte heeft donkere bessen waar likeur van wordt gestookt. De witte bloemen bloeien in het voorjaar, de bessen rijpen in de herfst. Likeuren worden op Corsica vaak gemaakt van mirte, aardbeiboom en citrusvruchten. De vruchten van de aardbeiboom konden we hier plukken en proeven. Ook likeur van kastanjes en pastis zijn populair in Corsica.

L’Île Rousse: roze, oker en oranje

L’Île Rousse, dat moet je gezien hebben. Wij arriveerden hier tijdens zonsondergang en wandelden naar de vuurtoren. Ideaal moment voor prachtige foto’s en wat was het hier mooi! Ik kan me voorstellen dat l’Île Rousse een zalige vakantiebestemming is, met prachtige stranden. Toen wij er waren – in oktober – waren de stranden leeg en uiterst idyllisch. Misschien is het hier in de zomermaanden te druk. Sowieso raadde de gids me aan om in het voorjaar of najaar naar Corsica te reizen omdat het in de zomer vaak te heet is en overbevolkt.

Het kleine vissersdorp werd in 1758 door Paoli uitgebouwd tot handelshaven omdat hij een haven wilde die niet in handen van Genua was. Vandaag is het de plek bij uitstek voor mediterrane gezelligheid. Er zijn mooie pleinen met platanen en een promenade langs de kust. We gingen ’s avonds eten in restaurant Chez Paco gespecialiseerd in vis, zeevruchten en paella. Zeker een aanrader! We verbleven een nacht in hotel Escale, een 3-sterrenhotel aan de promenade. Eenvoudig maar mooi. Het ontbijt was lekker en vooral: ontbijten met zicht op zee in een lekker zonnetje is zalig… en dat in oktober. Fantastisch!

route des artisans de balagne

Het laatste stuk van de tocht was aangebroken. We volgden de route van de ambachtslieden. Verschillende dorpen in de omgeving bundelden de krachten om hun erfgoed onder de aandacht te brengen. Zo ontstond een toeristisch parcours met mogelijkheid tot het bezoeken aan verschillende ateliers. Onderweg zagen we prachtige landschappen en dorpen die onverwachts opdoken na een volgende bocht. In Pigna werden we ontvangen door de burgemeester van het dorp en de voorzitter van de ambachtslieden. We bezochten hier o.a. een muziekatelier, een keramist, een schilder, een artiest van glasjuwelen en een maakster van houten speelgoed. We hadden niet zo heel veel tijd over in Pigna, maar toch voldoende voor een heerlijke maaltijd in restaurant A Casa Musicale met – alweer – een prachtig uitzicht.

Bastia, terug van weggeweest

We keerden terug naar de mooie havenstad Bastia en woonden hier nog een privéconcert bij van Corsicaanse polyfone liederen, een kippenvelmoment. We wandelden nog langs de citadel en de jachthaven en genoten voor het laatst van de gezellige pleintjes. Op de Place Saint-Nicolas was het deze keer erg druk, want het 7de chocolade- en delicatessensalon vond hier plaats. Ik sprong nog binnen bij Maison Mattei waar je Cap Corse kunt proeven en kopen, één van de bekendste aperitieven van Corsica.

corsicaanse polyfone liederen, 3 mannen, 3 stemmen: seconda, bassu en terza.

Helaas moesten we toen afscheid nemen van dit prachteiland. De Pascal Paoli lag alweer op ons te wachten. Toen het donker werd, mochten we de brug van het schip bezoeken en ontmoetten we de kapitein. Hier heerste stilte en er hing een bijzondere sfeer. Foto’s maken was niet toegestaan.
De terugreis verliep zonder problemen: de ferry, de transfer naar de metro, de TGV van Marseille naar Brussel-Zuid.

Algemeen besluit: in Corsica gaan ze mij ongetwijfeld nog zien!

Tips van de gids:
– Reis naar Corsica in het voorjaar of het najaar. In de zomer is het te druk (én te heet).
– Probeer minstens 2 weken te gaan. Huur een auto en reis het hele eiland rond. Ook het zuiden moet prachtig zijn.

PRAKTISCH

Hotels
Restaurants
Meer informatie

2 comments
Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

You May Also Like